Proclamatie

Wij, Prins Marius d’n Urste, 48e Prins van De Bokkerijers, geboren en getogen in Beers, de jongste ut ene nest van vier, trotse vader van twee kinderen, sinds de kermis getrouwd met mijn Prinses Antje, oudste ut ene nest van vier, nu trotse vader van vier kinderen, late ut volgende aan jullie wete:

Ten Urste:
Bij de Broerens zien onze Jan en Bart mien voorgegaan,
ze hebben als Prins en Jeugdprins ok in de krant gestaan.

Ten Twedde:
De goeie kwaliteit “Made in Germany”  heb ik nou,
en ik ben zo trots als ene pauw.

Ten Derde:
Antje houdt van dansen en ik van bier,
en als ik der genoeg op heb dans ok ik met plezier.

Ten Vierde:
De Vierdaagse gelopen heb ik al,
maar met de carnaval lopen we naar de Bokkestal.

Ten Vijfde:
Weer eens te laat thuis na het stappen,
kan ik je zeggen “Duitsers maken geen grappen”.

Ten Zesde:
Over werk hoefde nie te beginnen,
want na een paar bier zien we toch nie bij zinnen.

Ten Zuvvende:
Van twee kinderen bin ik gegoan naar vier,
nu hebben we er acht en heel veel plezier.

Ten Achtste:
Met deez dansmariekes an onze zij,
vuulen wij ons en hele kei.

Ten Niggende:
Onze adjudanten Wim en Ad zijn wel oke,
dus nemen we ze de hele carnaval mee.

Ten Tiende:
Une wedstrijd of concert we vinden ut allemaal fijn,
maar met de carnaval willen we Bokkerijer zijn.

Ten Ellufde:
Bij Roy (Kees), Sjaak of Jeroen,
met de carnaval is het overal goed te doen.

Ten slot miene Liefspreuk:
Kom alle naar de Bokkestal,
dann gibt es einen grossen Ball